biefstuk voor baby’s

Zes maanden uitsluitend borstvoeding, vaste voeding nog even niet. Dat zijn de adviezen. Een tijdje terug schreef ik over een Brits onderzoek, dat tot de conclusie kwam dat baby’s niet vanaf zes maanden, maar al met vier maanden bijvoeding zouden moeten krijgen. Dat is goed nieuws voor potjesfabrikanten, maar is het ook goed nieuws voor de (Britse) baby’s?

Zes maanden, waarom eigenlijk?

De WHO heeft als richtlijn gesteld dat kinderen idealiter minstens 2 jaar borstvoeding krijgen; de eerste zes maanden uitsluitend borstvoeding, daarna aangevuld met bijvoeding. Borstvoedingorganisatie La Leche League stelt: ‘De gezonde, voldragen baby heeft als voedsel alleen moedermelk nodig totdat hij, ongeveer halverwege het eerste levensjaar, tekenen vertoont aan andere voeding toe te zijn’. Dr. Gill Rapley heeft veel onderzoek gedaan naar de introductie van vaste voeding. Zij komt tot de conclusie dat een baby inderdaad ongeveer op de leeftijd van zes maanden de motorische vaardigheden ontwikkelt die nodig zijn om zelf te kunnen eten. Het gaat dan om kauwen en slikken, maar ook om grijpen en voedsel naar de mond kunnen brengen.

Nu zijn er veel baby’s die met vier maanden al bijvoeding krijgen, meestal in de vorm van puree of granenpapfles. Het lúkt dus wel om een baby van deze leeftijd vaste voeding te geven. Waarom dan toch die richtlijn voor zes maanden? Dat heeft niet alleen te maken met de motorische ontwikkeling. Baby’s die eerder dan de leeftijd van zes maanden bijvoeding krijgen, lopen een groter risico op een aantal infecties. Eén reden hiervoor is dat de darmwand nog onvoldoende rijp is voor het verwerken van vaste voeding. De darmwand heeft bij geboorte nog vrij grote openingen, waardoor grotere moleculen (bijvoorbeeld voedingseiwitten) gemakkelijk in de bloedbaan terecht komen. Borstvoeding bevat stoffen die de darmwand verder helpen rijpen, de tijd doet de rest. Ongeveer met zes maanden zijn de darmen klaar voor vaste voeding. Eerder introduceren van vaste voeding blijkt te resulteren in een verhoogd risico op infecties van het maag- darmkanaal. Een andere reden voor het verhoogde infectiegevaar is dat vaste voeding ten koste gaat van borstvoeding. Borstvoeding blijft lange tijd belangrijk in het voorkomen en bestrijden van infecties bij een baby. Het immuunsysteem van een baby maakt bijvoorbeeld in eerste instantie nog nauwelijks antistoffen IgA (Immunoglobuline A) aan, maar deze antistoffen zijn wel in ruime mate aanwezig in borstvoeding. Deze antistoffen zijn erg belangrijk voor de bescherming van de slijmvliezen in darmen en luchtwegen, waar de meeste infecties beginnen. Het wekt dan ook geen verbazing dat baby’s die geen borstvoeding krijgen onder andere een groter risico lopen op luchtweginfecties. Het risico is hoger naarmate een baby minder borstvoeding krijgt.

Als het zoveel risico’s met zich meebrengt om vroeg te beginnen met bijvoeding, waarom doen mensen het dan? Daar heeft ieder zijn eigen reden voor. Sommige moeders doen het omdat het voeren met een lepeltje zo leuk lijkt, of omdat het op de potjes staat. Fabrikanten zetten het op de potjes omdat het mag, en ze de klantenkring graag zo groot mogelijk houden. Zij hebben er weinig belang bij om baby’s tussen vier en zes maanden niet tot hun klantenkring te kunnen rekenen. Vorige generaties gaven sinaasappelsap bij omdat de aangelengde koemelk, die zij als alternatief voor borstvoeding hadden, onder andere te weinig vitamine C bevatte. Huidige generaties starten vroeg met bijvoeding omdat dit vroeger ook zo ging. Redenen te over, maar de meeste redenen hebben te maken met cultuur, en niet met de gezondheid van een baby.

Het Britse onderzoek

Het onderzoek in de BMJ meent uit eerder onderzoek te kunnen concluderen dat baby’s tóch beter af zijn als vaste voeding eerder dan zes maanden wordt geïntroduceerd. Let wel: de onderzoekers hebben het specifiek over vaste voeding. Kunstmatige zuigelingenvoeding zou juist verantwoordelijk zijn voor de verhoogde risico’s op infectie bij baby’s die geen (of niet uitsluitend) borstvoeding krijgen. Het onderzoek is een review; dat wil zeggen dat eerder onderzoek is bekeken en beoordeeld. De WHO heeft eerder ook een dergelijk review gedaan, en heeft meer onderzoeken meegenomen dan de Britse onderzoekers deden. Op basis van hun eigen review concludeert de WHO dat de zesmaandengrens een stevige wetenschappelijke basis heeft. De Britse onderzoekers echter geven aan, dat er een aantal nadelen kleven aan wachten met bijvoeding tot een baby zes maanden is. Het gaat om coeliakie en allergie, het ontwikkelen van smaak voor groenten, en  ijzertekort. Hieronder volgen de overwegingen van de onderzoekers, en bezwaren tegen hun redenatie.

allergie en coeliakie

Over coeliakie schreef ik eerder. Op basis van een Zweeds onderzoek concluderen de Britse onderzoekers dat wachten tot zes maanden met het introduceren van glutenrijke voeding het risico op glutenallergie ofwel coeliakie verhoogt. Uit het Zweedse onderzoek valt echter een andere conclusie te trekken. Grotere hoeveelheden glutenrijke voeding in één keer introduceren verhoogt het risico op coeliakie. Liever je baby op een korstje laten kauwen dus, dan meteen dagelijks drie borden granenpap geven. Daarnaast bleek het een risico om te stoppen met borstvoeding voordat een baby bijvoeding met gluten krijgt (zoals brood). Als een moeder van plan is om met zes maanden te stoppen met borstvoeding, dan zou het verstandig kunnen zijn om kleine beetjes granen te geven aan de baby voordat de moeder stopt met borstvoeding. Wat betreft het risico op coeliakie dan, andere risico’s blijven bestaan. Biologisch gezien is het de normale gang van zaken dat een baby (veel) langer dan zes maanden borstvoeding krijgt.

Allergie ligt ingewikkelder. Allergie komt maar weinig voor bij borstgevoede kinderen. Voedselovergevoeligheid komt vaker voor dan allergie. Het verschil hiertussen is dat bij allergie het immuunsysteem reageert op voeding, bij voedselovergevoeligheid niet. Nu blijkt uit een onderzoek uit Israël dat daar weinig kinderen zijn met pinda-allergie, en het is bovendien de gewoonte om baby’s al heel jong een pindasnack te geven. Of dit verband met elkaar heeft, is onduidelijk. Verder onderzoek is nog nodig. Het is wel bekend, dat het van belang is om in kleine hoeveelheden in aanraking te komen met allergenen (stukjes (voedings)eiwit waarop allergisch gereageerd zou kunnen worden). Zo kan tolerantie, verdraagzaamheid van het lichaam voor het allergeen, worden opgebouwd.  Borstvoeding bevat veel verschillende stoffen afkomstig uit de voeding van de moeder zelf, plus stoffen die helpen de baby deze voedingseiwitten als niet-vijandig te herkennen. Al met al is er geen reden om nu voor elke baby pinda’s vanaf vier maanden te gaan adviseren, we weten te weinig, we weten niet of een baby rechtstreeks pinda’s (of andere allergenen) geven zin heeft. Misschiendat dit in de toekomst  voor een individueel kind anders kan liggen, maar niet voor grote groepen baby’s.

Smaakontwikkeling

De Britse onderzoekers speculeren dat laat introduceren van vaste voeding het risico vergroot dat baby’s niet wennen aan de smaak van bijvoorbeeld groenten. Zij zouden hierdoor een groter risico lopen op een ongezond voedingspatroon later. Dit is een slag in de lucht, een hele wonderlijke conclusie wat mij betreft. Baby’s maken kennis met heel veel smaken via borstvoeding, dat ten eerste. Als ouders bijvoeding gaan geven, mag je vooral hopen op zelfgemaakte voeding, liefst ongemengd en zeker zonder zoetmiddelen. Veel baby’s krijgen echter regelmatig potjes, die zijn gezoet met diksap. Zo wennen baby’s juist aan gezoete voeding, en niet aan echte smaken.

Ijzer

Een onderzoek in Honduras vond dat kinderen die uitsluitend borstvoeding krijgen tussen de vier en zes maanden een verhoogd risico hadden op ijzertekorten. Dit springt in op een oude fabel, namelijk dat borstvoeding te weinig ijzer zou bevatten. Het misverstand is ontstaan doordat kunstmatige zuigelingenvoeding vele malen meer ijzer bevat. Niet afkomstig uit koemelk, waar de kunstvoeding van gemaakt wordt, maar toegevoegd in de fabriek. Borstvoeding bevat echter precies genoeg ijzer, het merendeel wordt opgenomen door de baby. Borstvoeding bevat namelijk ook Lactoferrine (menselijk lactoferrine, dit maakt uit), deze stof loodst ijzer de darmwand door, de bloedbaan in. Daar is het ijzer nodig voor zuurstoftransport (hemoglobine). Tekorten veroorzaken bloedarmoede. Kunstvoeding bevat geen Lactoferrine, en de ijzer uit kunstvoeding is heel slecht opneembaar. Daarom wordt er een grote overdosis ingestopt, zodat het kleine beetje van die enorme hoeveelheid dat in de bloedbaan komt toch genoeg is om bloedarmoede te voorkomen.

Waarom hebben de kinderen in Honduras dan toch niet genoeg aan alleen borstvoeding? Dat heeft te maken met een ijzertekort bij geboorte. Als moeder grote ijzertekorten heeft tijdens de zwangerschap, begint het kind met een achterstand. In het westen is het eerder de gewoonte snel de navelstreng af te klemmen die verantwoordelijk is voor ijzertekorten bij de pasgeboren baby. Snel afklemmen kan wel een derde van baby’s ijzervoorraad kosten. Om ijzertekorten te voorkomen, is het dus belangrijk dat zwangeren voldoende ijzerrijke voeding binnenkrijgen, en dat de bloedvoorraad in placenta via de navelstreng bij de baby terecht komt.

Vroeg bijvoeden met vaste voeding zal geen ijzertekorten voorkomen. Ten eerste dus omdat de voeding niet de oorzaak is van de ijzertekorten. Maar belangrijker is, dat vaste voeding over het algemeen minder ijzer bevat dan borstvoeding. Biefstuk zal meer ijzer bevatten, maar daar beginnen baby’s niet mee. Die krijgen, zeker als zij pas vier maanden zijn, een wortel die met veel water gepureerd is. Dat bevat nauwelijks ijzer, nauwelijks nuttige voedingsstoffen trouwens voor de snelgroeiende baby. Fabrieken stoppen er dan nog diksap bij, baby’s eten er nu eenmaal meer van als de smaak lekker zoet is.

Zoet

Nu heb ik al twee keer de gezoete potjes genoemd. Niet toevallig, de Britse onderzoekers blijken banden te hebben met potjesfabrikanten. Naast de inhoudelijke reactie hierboven, wil ik hiermee aangeven dat het onduidelijk is hoe onbevooroordeeld de Britse onderzoekers zijn. Waarmee ik niet wil zeggen dat zij duidelijk andere motieven hebben om bijvoeding vóór zes maanden te adviseren, maar uitsluiten kan ik het ook niet.

Nog één klein voordeeltje van wachten met bijvoeding wil ik hier noemen. Ik kwam het berichtje net tegen en vond het te mooi om niet te noemen: vroege introductie van vaste voeding zorgt voor minder slaap. Vaste voeding. Het heeft geen haast, echt niet. Start rustig als je baby een half jaar is. Kijk naar de ontwikkelingen van je kind, misschien is jouw kleine wel wat later toe aan die wortel. In geval van twijfel kan ik de Rapley-methode aanraden, dan heeft je kindje de regie. Die kan pas eten als hij/zij er aan toe is, zolang  je het niet kunnen kauwen enz. niet gaat omzeilen met prakjes. En als je toch graag je viermaandertje een prakje wil geven, dan pleit ik voor biefstuk met pindasnack 😉

 

Neonatal Tolerance under Breastfeeding Influence – Science Direct

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s