hoe het balletje rolt

Het balletje had ook de andere kant op kunnen rollen. Ik geef borstvoeding, ik heb mijn twee oudere kinderen ook aan de borst gevoed. Jarenlang. Dat was niet het plan. Zoals zoveel moeders dacht ik: ik zie wel hoelang het lukt. Zelf heb ik zes weken borstvoeding gekregen, daar hoopte ik overheen te gaan.

De lege kunstvoedingsschappen lokken discussies uit op sociale media. Waar mensen zoch overigens vaak juist van hun a-sociale kant laten zien, dat is deel van het probleem. Moeders die kunstvoeding geven voelen zich gekwetst door borstvoedingsmoeders, borstvoedingsmoeders voelen zich in de hoek gezet. Er lijken twee verschillende kampen te zijn die tegenover elkaar staan. Er zijn vast moeders die tijdens de zwangerschap al zeker weten minimaal twee jaar borstvoeding te gaan geven. Of er juist bij zweren meteen de fles te geven, misschien wel geïrriteerd door de ‘breast is best’ campagne. Maar ik gok dat de meesten, net als ik, zijn gestart met het idee: ik ga het proberen.

Ik had omstandigheden mee. Ik zag als kind mijn broertje aan de borst, vlak voor ik moeder werd mijn achternichtje. Ik had een thuisbevalling zonder ingrepen, waar een ziekenhuisbevalling een groter risico geeft op stoppen met borstvoeding. Ik zat er stralend bij, vol van de hormonen die je meekrijgt als alles goed gaat. En voedde door de rekpijn heen, en de heftige toeschietreflex. Een minikloofje was het grootste borstvoedingsprobleem dat ik tegenkwam. Ik had geen voorbeelden in mijn directe omgeving, maar hierdoor had ik ook heel weinig commentaar. Een gróót voordeel, zo kan ik verzekeren. Ik was de eerste met kinderen, mijn omgeving had er nog niet zoveel mening over. Ik leef ook niet op de klok. Ik wist het destijds niet, maar dat is een gigantische pro als je een baby krijgt. Baby ontevreden? Borst geven was het eerste dat ik deed. Zonder lastige gedachten als: het is nog maar 1 uur geleden! Kan dat wel? Is er iets mis? De borst had ik paraat, werkte in de meeste gevallen, en zo niet: dan kon ik altijd nog wat anders proberen. Iets ingewikkelders als rondlopen met beeb op de arm, bijvoorbeeld. Zo dronk hij veelvuldig (goed voor de productie en de baby).

Maar wat als mijn vriendinnen al kinderen hadden gehad? Me steeds hadden gevraagd of het wel goed was, zo vaak de borst geven? Als ik baby’s om me heen had gezien die vier uur lang helemaal niets kregen, had ik dan nog zo veelvuldig durven voeden? Als beeb in week twee die speen had geaccepteerd? Wat als tijdens de bevalling de verloskundige na anderhalf uur uitdrijvingsfase toch had besloten me door te sturen naar het ziekenhuis? Als er ingegrepen was, een suffe baby slecht had aangehapt? Met megakloven tot gevolg, terwijl ik nog rouw om mijn rottige bevalling?Vaak ontstaat er een serie problemen in reactie op elkaar. Niet vaak genoeg voeden, borstontsteking, huisarts die adviseert te stoppen OF de gekregen antibioticakuur wordt gevolgd door spruw. Als mijn man of mijn moeder hadden geroepen ‘geef toch gewoon de fles’? Uit bezorgdheid, of omdat het pijnlijk is te erkennen dat de fles die zij zelf gaven/kregen toch niet zo’n gezond idee was. Misschien had ik dan ook met pijn in het hart na zes weken de fles geïntroduceerd.

Niets van dit alles. Ik voedde, ging weer aan het werk en sloeg aan het kolven, passeerde de zes maanden borstvoeding. Ik had geen idee van het WHO-advies om zes maanden exclusief borstvoeding te geven, en ben dus helaas om vier maanden met hijvoeding gestart. Maar ik had ook geen enkel idee dat veel moeders stoppen als ze ‘het zesmaandendoel’ gehaald hebben. Ik kolfde de negen maanden voorbij, mijn werkgever vond het best (ach de één kolft niet, de ander wat langer). En ik dacht nog steeds dat ik zeker niet zo’n groot kind aan de borst zou willen, ik ging gewoon borstvoeding geven tot mijn kind over was op vaste voeding. Wat dus toch veel langer duurde dan ik vooraf dacht, ik groeide mee, en voor ik het wist was ik écht fanatiek. Ik snapte niet meer waarom je een baby een koemelkpoeder zou geven als het geen noodgeval is, en vond het woord ‘langvoedster’ maar een onjuiste benaming. Normaalvoedster, dát was ik. En ja, dat vind ik ook nog. Daar heb ik argumenten voor. Maar dat wil niet zeggen dat ik van anderen kan verwachten dat ze dat in drie zinnen van me aannemen, ik heb er immers jaren voor nodig had om erin te groeien. Of iemand is het gewoon niet met me eens, dat mag. Ook als je in volle overtuiging kiest voor kunstvoeding mag je klagen als je even de balen hebt (zoals je ook klagen kunt over je werk of het thuisblijfmoederschap, hoe overtuigd je je werk/- ook doet). Of een moeder is het wél met me eens dat borstvoeding de gewone voeding is voor haar baby, en is tóch afhankelijk van die poedermelk die moeilijk te krijgen is. Heeft er veel verdriet van geen borstvoeding te geven. Allemaal moeders zoals ik, maar bij wie het balletje de andere kant is opgerold.

Ook ik wil dat meer baby’s langer borstvoeding krijgen. Ik gun alle moeders goede omstandigheden, goede informatie, goede hulp bij borstvoeding waar nodig. Wat ik niemand gun, is een berg rotzooi over zich heen krijgen. Nare opmerkingen over die mooie foto van een kleuter aan de borst. Of dat anderen zich verkneukelen over een hongerige baby die geen borstvoeding meer krijgt. Kampen, strijd, tegenover elkaar staan, het levert niets op. Voor moeders niet, en voor hun baby’s niet. Laten we met elkaar blijven praten, van mens tot mens. Van moeder tot moeder.
bv wel niet 116

Advertisements

One thought on “hoe het balletje rolt

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s