buil

Wat vóelde ik me een slechte moeder. Mijn babyjongetje dat net kon staan verloor zijn evenwicht en klapte met zijn hoofdje tegen het tuinhek. Terwijl ik ernaast stond, nog wel. Huilend legde ik hem aan de borst; hij was snel genoeg getroost, ik huilde verder. Een flinke klodder zalf (voor mijn zoontje) en een troostend telefoontje van mijn vader (voor mij) later trok ik weer een beetje bij. Al bleef het zelfverwijt nog een tijd doormopperen.

We leven in een prestatiemaatschappij. Ons zelfbeeld hangt (voor velen van ons) voor een groot deel af van het succes dat we hebben. Als we iets ‘goed’ doen, voelen we ons zelfverzekerd, als we iets ‘fout’ doen, hakt dat in onze eigenwaarde. We geven onszelf cijfers, bewust of onbewust, en de eigenwaarde beweegt mee met de hoogte van de cijfers. Deze verinnerlijkte leraar vertelt jou of je goed genoeg bent, en wordt sterk gevoed door (vermeende) oordelen van anderen. Geruststellende telefoontjes als opkrikker van je cijfer, kritiek als puntenaftrek. Onderwijskundige Alfie Kohn noemt dit zelfvertrouwen, dat meebeweegt met prestatie en waardering van anderen, ‘contingent’ zelfvertrouwen: voorwaardelijke eigenwaarde.

De cijfers die je krijgt voor het moederschap wegen extra zwaar. Als je niet zo goed blijkt te zijn in, bijvoorbeeld, tennis, dan zitten de meesten van ons niet meteen diep in de put. Als iemand daarentegen commentaar heeft op je moederschapskwaliteiten doet het pijn. Je kan de kritiek terugkaatsen, zelfbeeld gered; of je laten raken. Maar er is een derde weg. Je bent moeder (zonder het adjectief ‘goede’ of ‘slechte’), en je kind heeft iets van je nodig. Richt je daarop en je kunt nieuwe info of zelfs kritiek gebruiken om je kind beter te helpen, zonder dat je het jezelf kwalijk neemt dat je die informatie eerst niet had.

Prestatiedrang zou ervoor zorgen dat je beter wordt in [vul maar in]. Moederschap bijvoorbeeld. Het tegendeel is waar. Juist door zo te focussen op jezelf, en je eigen prestatie, verlies je aandacht voor datgene waar je mee bezig bent. Onderzoeken ondersteunen dit: als je kinderen een puzzel geeft, maken ze de puzzel. Geef hen een puzzel en een compliment, en de volgende puzzel maken ze slechter. Ze zijn dan gericht op het presteren, en gaan niet meer op in het puzzelen zelf. De angst om minder goed te presteren leidt af. Het is bovendien lastig nieuwe informatie toe te laten als je eigenwaarde in het geding is. Ik ben lang vegetariër geweest, en het gekke is dat veel mensen mijn bordje zonder vlees zagen als aanval. Alsof ik hen tot slecht mens verklaarde door andere keuzes te maken. Anderen zijn juist nieuwsgierig, stellen vragen, en besluiten dan misschien wel vlees te minderen. Of niet, ook goed. Het punt dat ik wil maken, is dat de nieuwsgierigen in staat waren om zich open te stellen voor nieuwe informatie. En dan kan je er misschien iets mee, zoals het best fijn was dat iemand me herinnerde aan het nut van het koelen van een buil. Daar kon ik wat mee, toen mijn jongste op de ON-beurs zaterdag een deur tegen haar hoofd kreeg. Ook een buil, die heel erg meeviel door de koeling en het zalfje van De Groene Vrouw (waarvoor dank!).

Eerste hulp bij builen is natuurlijk niet het meest kwetsbare onderwerp als je praat over ouderschap. De onderwerpen waar je vaak voorzichtig omheen danst als je met mede-ouders praat, zijn bijvoorbeeld borstvoeding, en de opvoeding in het algemeen. Het lijkt af en toe wel vegetarisme, als je je baby bij je neemt ‘s nachts of je kleuter niet op de trap zet bij ‘misdraging’. Als je kind zindelijk wordt zonder stickers. Er zit een subtiel maar belangrijk verschil tussen ‘een goede moeder willen zijn’ en ‘je kind willen geven wat hij nodig heeft’. In het eerste geval is het moeilijk om nieuwsgierig te zijn. Want: heb je verdorie hard gevochten om je kind zindelijk te stickeren, blijkt dat je niet tot een betere moeder te maken?! Moeilijk. Maar als je je niet druk maakt om je eigen cijfers, kan je inzicht rondom wat een kind nodig heeft veranderen. (en ja, ik heb genoemde voorbeelden alle drie gedaan, en ben veranderd van mening. )

Als je moederschap tot een prestatie-slag maakt, raak je niet alleen zelf in de stress, je doet ook je baby tekort. Het gaat op dat moment namelijk helemaal niet meer om wat een baby nodig heeft, maar om je gevoelens als moeder. Heeft het kind niet alleen een buil, maar ook een moeder die overstuur is. Een moeder die dus, heel eerlijk gezegd, op dat moment vooral, of toch voor een groot deel, met zichzelf bezig is. Ouderschap is een relatie, met twee (of meer) mensen die bepaalde behoeftes hebben. Een goede ouder is eigenlijk helemaal niet bezig met ‘een goede ouder’ zijn, maar heeft oog voor wat een kind nodig heeft. Waarbij het kind niet een project is dat kan (mis)lukken, maar een mens. Een geliefd mens. Met helaas nu even een buil.

ONbeurs 020

Een interessant artikel hierover schreef Alfie Kohn hier: What makes a terrific parent.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s