habitat

Vorige week blogde ik over trucjes, en beloofde een vervolg: wat is de natuurlijke buitenwereld/habitat van een baby. Het korte antwoord: de natuurlijke omgeving van een baby is het lichaam van zijn moeder, en de relatie met zijn moeder en geliefden. Dit vormt zijn hersenen, geest en lichaam (als onlosmakelijk geheel).

Het lange antwoord:

De hersenen van een baby, gemaakt om in contact te staan met de buitenwereld, zijn gemaakt op een bepaald sóórt omgeving. Je zou kunnen zeggen dat babyhersenen (en daarmee het hele lichaam) een bepaalde verwachting hebben bij geboorte. Een natuurlijke habitat. Een grijze walvis verwacht in het water geboren te worden, en daarna mee te trekken met zijn moeder, en hij verwacht vette melk om snel een onderhuidse vetlaag mee te kweken. Een kortoorspitsmuis verwacht in een nest terecht te komen, met (tot op het moorddadige af) competitieve broertjes en zusjes*. Hun hersenen en gedrag zijn ingesteld op overleving in die bepaalde situatie. Een muizenjong wordt veel alleen gelaten terwijl moeder eten gaat zoeken, de melk is hierop aangepast. Muizenmelk bevat veel vetten die de maag lang gevuld houden. Het gedrag van het muizenjong is hierop afgestemd: het muisje houdt zich stil als moeder weg is. Zo heeft elk dier een omgeving waarin hij het best gedijt. Die omgeving bestaat dus niet alleen uit het landschap waarin een jong opgroeit, maar ook hoe hij gevoed wordt en de groep waarin hij leeft.

Een mensenbaby verwacht lichaamscontact, een baby verwacht gedragen te worden (de mens is een draagling), het meest door moeder maar ook flinke delen van de dag door andere mensen uit de groep waarin moeder leeft (de mens is een co-breeder). Dit is te merken aan het gedrag van een baby: als een mensenbaby alleen wordt gelaten zal hij vaak reageren met huilen om deze onverwachte situatie te veranderen. Het is een alarmroep: mam! Waar ben je, dit is niet goed! Het lijf schreeuwt mee: alleen-zijn geeft een onregelmatiger hartslag en ademhaling, en een verhoogd niveau stress-hormoon.  Een mensenbaby is er niet op gemaakt alleen op een kamer te liggen, net zo min als een aapje verwacht op een aparte tak te moeten slapen. Moeder=veilig, alleen=onveilig.

Een draagling gedijt op vaak (kleine beetjes) borstvoeding, een mensenbaby zal dit aanvullen met verzameld/bejaagd voedsel zodra hij dat zelf in de mond kan steken (of in heel kleine beetjes krijgt voorgekauwd). Het maagje is ongeveer een knuistje groot, en de melk wordt snel verteerd doordat het veel suikers bevat. Ook dit is kenmerkend voor draaglingen. Doordat een draaglingenjong dag en nacht dicht bij de voedselbron is, kan hij vaak drinken. De snel verterende, suikerrijke melk kan dan vlot weer aangevuld worden met een nieuwe portie. Suikers zijn van belang voor de hersengroei, draaglingen zijn dan ook vaak slimme dieren. De mens is daarop geen uitzondering.

Misschien wel HET definiërende kenmerk van gedragen worden, is het doorlopende contact dat een draagling heeft met zijn moeder. Mensenbaby’s brengen, vergeleken met andere zoogdieren, vrij kort in de baarmoeder door. De hersenen hebben bij geboorte nog maar een kwart van het volume van een volwassene. Het eerste jaar groeien die hersenen enorm, en met een jaar of twee is de basis gelegd voor de toekomst. De hersenen veranderen nog steeds, onder invloed van ervaringen, maar nooit meer zoveel als in die allereerste periode. Zoals een beugel het best werkt als je nog in de groei bent, werken ervaringen het hardst in op de hersenen op het moment dat het brein nog in de groei is. Het brein van een mensenbaby vormt zich dus onder invloed van het contact dat een baby heeft, met zijn moeder én met belangrijke anderen als vader/oma/neef/enz.

Een chimpanseemoeder zal haar jong niet afgeven aan een andere chimpansee. Het zou ronduit gevaarlijk zijn. Mensenmoeders daarentegen maken gebruik van de hulp van familie, stamgenoten, enzovoorts. Een baby legt daardoor niet alleen contact met anderen terwijl hij tegen moeder aangeplakt zit, maar houdt ook een oogje op zijn moeder terwijl hij door oma/papa/neef/enz. gedragen wordt. Dit maakt, dat mensen nog meer dan andere draaglingen, gemaakt zijn op interactie. Het voortdurend oefenen met communicatie is kenmerkend voor een mensenbaby, noodzakelijk voor een volledige ontwikkeling. Voor de hersenen geldt: ‘use it or lose it’: ongebruikte routes worden opgeruimd. Dus een baby die weinig oefengelegenheid heeft voor communicatie, begint zijn leven met een achterstand.

Evolutionair gezien zijn we niet veel veranderd sinds we als jager-verzamelaars door de wereld trokken, maar de voorwaarden voor overleving zijn nogal versoepeld. Oftewel: veel westerse gewoonten en gebruiken zou een jager-verzamelaar (of haar baby) niet overleven. Baby’s in het westen blijven leven als je ze veel alleen laat, maar hun biologie is nog steeds ingesteld op de voorwaarden van een jager-verzamelaarscultuur. Voor babyhersenen is alleen-zijn een bijzonder arme omgeving, het is een onverwachte omgeving. De natuurlijke habitat van een baby bestaat uit lichaamscontact, gedragen worden, vrijwel constante toegang tot de borst, en veel, heel veel interactie met moeder, familie, geliefden.

*‘Als mijn moeder een vogelbekdier was…’, geschreven door Dia L. Michels, vertaling Marianne Vanderveen-Kolkena IBCLC
22_1138_threequarter_PS2

 

Advertisements

4 thoughts on “habitat

  1. Pingback: top-down | blikborstvoeding

  2. Pingback: reclame: angst | blikborstvoeding

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s