Huilen, koestering en hersenontwikkeling (3), totaalpakket zorg

Lees hier het eerste blog in deze serie: huilen, koestering en hersenontwikkeling
Lees hier het tweede deel in deze blogserie: huilen, koestering en hersenontwikkeling: wereldwijd

What crying babies seem to need most, or what decreases their crying, is a caretaking package that puts their world right. – Ronald Barr

Tien jaar geleden was ik zwanger van mijn oudste kind. Mijn partner en ik kozen vol zorg een kinderwagen, hij maakte een volledige babykamer, en natuurlijk lag er een stapel kleertjes klaar. Pas later ontdekte ik hoe triviaal die spullen zijn, dat mijn kind niet tot rust kwam door een tijdje alleen zijn, en dat tummy time in de box niet zijn idee van vermaak was.

Baby’s krijgen met de gangbare westerse manier van verzorgen niet wat ze ten diepste nodig hebben. Het is genoeg om mee groot te worden, en in veel gevallen ook gelukkig groot mee te worden. Maar het ‘totaalpakket aan zorg dat hun wereld kloppend maakt’, in de woorden van Ronald Barr, is voor veel baby’s onvolledig. Aan liefde ontbreekt het niet. Ouders bereiden zich vol liefde voor op het komende kind, met spullen en als het mee zit een borstvoedingscursus. Het is wat onze cultuur voorschrijft als ‘goede babyzorg’ die het probleem is. Die is namelijk voor een groot deel strijdig met de werkelijke behoeften van een baby.

In mijn vorige blog schreef ik dat baby’s in  het westen meer huilen dan baby’s in traditionele samenlevingen. De oorzaak hiervan wordt snel duidelijk als je op een rij zet wat nu eigenlijk dat totaalpakket aan zorg inhoudt: een groot deel van dat pakket is ongewoon in onze cultuur, of er wordt zelfs tegen gewaarschuwd.

Responsiviteit en vaak voeden

Dat de manier waarop een baby verzorgd wordt zo’n grote rol speelt in hun huilgedrag kan je goed zien als je westerse baby’s onderling vergelijkt. De groepen die je vergelijkt, lijken dan immers heel erg op elkaar, behalve op het stuk wat je wil onderzoeken: zorg. Onderzoeker Ronald Barr heeft Amerikaanse baby’s vergeleken; de ene groep werd op gangbare westerse wijze verzorgd, vaak met schema’s, verlaat of niet reageren op huilen, en weinig lichaamscontact. De andere groep waren baby’s van La Leche League moeders. Hij keek of er verschil is in huilgedrag, en of dit te koppelen is aan de manier waarop de baby’s verzorgd werden. Hij kwam tot een opvallende conclusie: moeders die snel op hun kind reageerden EN korte intervallen tussen de voedingen hadden, hadden de rustigste baby’s. Maar als een van deze factoren wegviel, bleek het effect ineens heel klein. Beide factoren versterken elkaar. Of eigenlijk: het zijn beide elementen van het normale zorgpakket dat baby’s nodig hebben.

Responsiviteit is meer dan alleen snel reageren op je baby, het is ook adequaat reageren. Reageren op de signalen als je speelt met je kind, dat het geen eenrichtingsverkeer is. Niet een speen geven als een kind behoefte heeft aan een knuffel (de borst kan natuurlijk wel, die is alles-in-1) maar je kind even lekker vasthouden en wiegen. Aanvoelen of je kind goed ondersteund wordt als je hem vasthoudt. Maar dus ook: geen schema, maar voeden op verzoek, en óók weten als je je kind een beetje extra moet prikkelen omdat hij niet luid laat weten als honger toeslaat. De mogelijkheid bieden om te slapen als hij moe is (en dan bedoel ik niet: alleen op een kamer leggen, maar even geen kiekeboe-spel en wel even rustig contact. Of in de draagdoek en dan de was ophangen zodat je kind in slaap gewiegd wordt). Responsiviteit wordt in de literatuur heel algemeen gezien als basisvoorwaarde voor goede zorg voor een baby, het is me eerlijk gezegd een raadsel waarom dit niet doordringt tot adviserende instanties.

Nabijheid en lichaamscontact

De mens is een draagling. Dat wil zeggen dat een mensenbaby gemaakt is op voortdurend contact met zijn moeder, of naast familie-/stamlid. Hoe belangrijk dat is, ontdekte Ronald Barr in zijn onderzoek waarbij moeders werd gevraagd direct na de geboorte hun baby minimaal drie uur per dag te dragen. Baby’s uit deze groep huilden even vaak als de controlegroep (net als de !Kung en de Nederlandse en Amerikaanse baby’s), maar ze huilden veel minder lang. Wel 43% minder dan de controlegroep, die anderhalf uur minder werd gedragen per dag (4,3 versus 2,8). Bijna de helft minder dus. Wat ik zelf opvallend vind in dit onderzoek, is dat moeders uit de ‘dragen-groep’ hun kind meer droegen dan de onderzoekers als minimum hadden gesteld; alsof ze ‘toestemming’ hadden, en eraan toegegeven hebben om hun kind lekker veel te dragen. Dit is mijn interpretatie/invulling, ik denk dat mogelijkerwijs het idee over ‘wat hoort’ ervoor zorgt dat een moeder haar natuurlijke impuls een kind op te pakken onderdrukt. Hoe dan ook, de baby’s die veel gedragen werden huilden dus korter, en ze waren sneller over de periode van veel huilen heen.

Opvallend is, dat toen dit onderzoek herhaald werd met baby’s van 4 weken oud, het dragen geen effect had. De reden hiervoor is onbekend. Is de ouderschapsstijl al teveel gevormd? Hebben de baby’s al zoveel ervaringen gehad die de basis leggen voor veel huilen? Het kan allebei. Baby’s huilen over het algemeen in het begin weinig, het is heel goed mogelijk dat je juist in deze periode al kunt investeren in de kalmte van je baby door hem te dragen. Een onderzoek waar baby’s uit Kopenhagen en Londen werden vergeleken met  baby’s die ‘proximal care’, verzorging met veel nabijheid, kwam men tot een vergelijkbare conclusie: nabijheid en samenslapen hangt samen met minder huilen.

De nacht vormt een groot deel van een etmaal. Baby’s staan niet ‘uit’ ‘s nachts (volwassenen trouwens ook niet) en nabijheid en aanraking in de nacht zorgen voor een stabielere hartslag en ademhaling. Samenslapen zorgt voor een rustiger baby, en minder huilen.

Een van de redenen dat dit werkt is dat een baby zichzelf nog niet kan kalmeren. Op het moment dat een baby stress ervaart (huilt) gaat zijn Cortisol-niveau omhoog. Hierover later meer, Cortisol speelt een rol in stresshantering. Het is de bedoeling dat een Cortisolpiek snel weer omlaag gaat, naar beneden gereguleerd wordt. Bij baby’s wil dit zeggen: getroost worden, lichaamscontact, wiegen, zuigen aan de borst of anders een vervanger.

De stam

Ken je dat, heb je je baby in slaap gevoed, ben je stilletjes weggeslopen om eindelijk die douche te kunnen nemen; gaat je baby precies huilen als je je haar hebt ingezeept. Of, wat me ook wel eens gebeurde: ik dácht het alleen maar, wat het ontspannende effect van douchen toch wel teniet deed. Die lange dagen alleen thuis met je baby, het is niet hoe de natuur het bedoeld heeft. Baby’s zijn ook minder gelukkig met gebrek aan ‘stam’. De mens is een co-breeder, oftewel: het is normaal voor een baby om veel bij moeder te zijn, EN vaak bij een paar vertrouwde anderen. Er is dan altijd wel iemand die wil spelen, wiegen, zingen. Of gewoon iemand die je baby neemt als jij wil douchen. Dan hoeft je baby niet ‘weg’gelegd te worden in box of bed, een wipper in de douche hoeft ook niet. De hulp helpt jou ook weer om je baby beter te kunnen kalmeren mocht dat nodig zijn: als je zelf kalm bent, werkt ontstressende co-regulatie beter.

In veel culturen is het normaal dat je als verse moeder drie maanden lang uitgebreid verzorgd wordt. Je kan je dan helemaal wijden aan het leren kennen van je kind, zonder extra stress. Eigenlijk hoort dit er in de biologisch-normale situatie gewoon bij. Gelukkig redden veel moeders het prima alleen thuis met hun baby, helaas is er ook een flink deel dat het zwaar heeft, of zelfs Post Partum Depressie (PPD) ontwikkelt. Gebrek aan steun is een fikse risicofactor.

Daarnaast is het bekend dat moeders responsiever zijn naar hun baby als hun eigen moeder in de buurt is. Oké, ik geef meteen toe dat het wel uitmaakt hoe je relatie met je moeder is, en of zij je steunt of juist kookwekker-style-parenting opdringt. Maar als je uitgaat van de natuurlijke situatie, dan is je moeder een bron van ervaring.

Geboorte en borstvoeding

Hoe een baby ter wereld komt maakt uit. Hoe meer ingrepen, hoe heftiger de stress bij de baby. Keizersnee verandert de darmflora, wat kramp in de hand kan werken. Duwen en trekken aan een baby kan spanningsklachten in de nek geven. Maar, even los van directe klachten: er blijkt ook een verband tussen geboorte (en hoe de moeder tegen geboorte aankijkt) en hechting, ontwikkeling van empathie en zelfregulatie. Of dit te merken is in het eerste jaar aan huilgedrag? Ik weet het niet, ik heb niet kunnen vinden of het onderzocht is. (Weet jij het wel? Ik hoor het graag!)

Bekend is, dat in culturen waar borstvoeding kindgestuurd is, oftewel: baby hoeft er niet om te vragen, want hij zit met zijn neus bij de drinkwaar, baby’s minder huilen. Dit kan natuurlijk te maken hebben met de combinatie vaak voeden/snel reageren. Onderzoek vond dat (westerse) moeders die borstvoeding gebruiken als troost, dit ervaren als een zeer effectief middel. Niet gek, zuigen werkt kalmerend, het kind ligt in de armen van zijn moeder, wang op blote huid. Iets beters is er niet. Ook werkt borstvoeding pijnstillend. Bij baby’s die overmatig huilen is koemelkeiwit-overgevoeligheid de enige factor die vrijwel wetenschaps-breed (is dat een woord?) onderschreven wordt. Zie ook het artikel van AAP over responsiviteit. Kunstvoeding is dan geen logische keus, want het bevat 10.000x zoveel koemelkeiwit dan moedermelk (van een koemelk-gebruikende moeder). Bekend is ook dat borstvoedingsduur samenhangt met onder andere zelfregulatie. Wat wil zeggen: nu is een kind afhankelijk van co-regulatie, maar op den duur kan hij het zelf.

 Are we violating evolved, expected caregiving, and does it matter?

Dit is de titel van een lezing van Darcia Narvaez. Zij onderzoekt de effecten van babyzorg op later moreel gedrag. Ja, maakt het eigenlijk uit dat we het ‘totaalpakket aan zorg’ voor baby’s verlaten hebben? De adviezen die een gemiddelde moeder meekrijgt zijn meestal niet: draag je baby en koester hem zoveel mogelijk.Alleen, in een wieg. En de stam? Die wordt gemist, of als je pech hebt is het eerder stressvol dan behulpzaam, familiebezoek. We krijgen een angst aangepraat voor verwennen, volgens het groene boekje van het consultatiebureau ‘mag’ een kind best even huilen voordat hij in slaap valt. We leven in een cultuur waar vermoeide ouders geen praktische hulp krijgen, maar het advies om huiltraining toe te passen. Maar, is het erg? Oké, dan huilt een baby, misschien zelfs erg veel, maar die tijd gaat voorbij. Toch?

Zo simpel ligt het toch niet. In dit jaar vormen de ervaringen de hersenen, veel meer dan in latere jaren. Het stress-systeem wordt ingesteld. In mijn volgend blog:

Huilen, koestering en hersenontwikkeling: hersenontwikkeling.

Lees hier het eerste blog in deze serie: huilen, koestering en hersenontwikkeling

Lees hier het tweede deel in deze blogserie: huilen, koestering en hersenontwikkeling: wereldwijd

bronnen en leestips:

Mothers and Others – Sarah Blaffer Hrdy

Our Babies, Ourselves – Meredith Small

Samen slapen met je baby – James McKenna, vertaald door Marianne Vanderveen-Kolkena

 

 

Advertisements

8 thoughts on “Huilen, koestering en hersenontwikkeling (3), totaalpakket zorg

  1. Pingback: Zondags leesvoer | Eurolac!

  2. Pingback: informatie en steun | blikborstvoeding

  3. Pingback: Huilen, koestering en hersenontwikkeling: hersenontwikkeling | blikborstvoeding

  4. Pingback: Huilen, koestering en hersenontwikkeling (2): wereldwijd | blikborstvoeding

  5. Pingback: Huilen, koestering en hersenontwikkeling | blikborstvoeding

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s