Mesjogge

Ik ben raar. Knotsgek, volkomen gestoord, totaal mesjogge. Om het te vieren kocht ik een taartje.

De afgelopen tijd ging het niet zo goed met me. Van licht somber kachelde ik steeds dieper de put in. Het is niet iets waar vaak open over gesproken wordt. “Hoe gaat het met je?”; “Goed”, is dan het verwachte antwoord. Ik weet dan nooit wat te antwoorden, ‘goed’ voelt als liegen, maar er over praten wil ik ook vaak niet. Als mensen het al willen horen. Het is te ongemakkelijk, misschien. Ongrijpbaar. En op internet schijnt het helemaal onverstandig te zijn er iets over te schrijven, als je ooit nog ergens wil worden aangenomen. Zo houden we het taboe in stand. Je kunt beter een been breken. Maar met de deksel op de put wordt het nog donkerder daarbinnen. Schaamte voedt de zwarte hond die depressie heet. Nog in een diepere zin dan ik me oorspronkelijk realiseerde. Niet alleen zwijgen over depressie doet een mens geen goed, schaamte over wie je bent, zwijgen over wie je bent, zelf niet meer goed weten wie je bent; het vreet je op. Waar die hond vandaan komt? Een deel zou lichamelijk kunnen zijn. Over die link schreef ik hier al. En hier. Maar dat is niet de enige. Mijn hoofd is mijn anker. Maar soms ook mijn valkuil. 20150216_120536

Ik heb de afstand tussen mezelf en de groep altijd als vrij groot ervaren. Al op de lagere school voelde ik me raar, ik snapte niks van dat gebeuren met ‘de populaire meiden’ en het gedoe eromheen. Rrrrraarrrr. Ik zag wel dat ik gepest werd mét mijn rode haar, niet óm mijn rode haar. Dus lag het volgens mijn conclusie aan mij als persoon. Mijn hoofd is soms mijn valkuil. Iedereen balanceert structureel op een evenwichtskoord: de balans tussen aanpassen aan de groep, en jezelf zijn. Rekening houden met een ander, aansluiting vinden bij de ander; je eigen interesses volgen, je eigen behoeften vervullen. Mijn interesses en behoeftes lagen wat ver van het gemiddelde, wat ik ben gaan overbruggen met aanpassen. Je denkt niet op een dag: hee dit deel van mezelf steek ik diep weg. Tenminste, ik niet. Ik zag mezelf niet als bovengemiddeld, buitengemiddeld, ik had vooral het idee dat ik tekort schoot; dat ik bij te leren had, het sociale gebeuren moest gaan snappen, inpassen, normaal zijn. Maar ik ben niet normaal. Ik ben raar. Knotgek, mesjogge, uniek, bijzonder. En dat maakt me heel gewoon. We zijn gemaakt uit hetzelfde materiaal, dezelfde bouwstenen, en toch zijn we verschillend als lego-bouwwerken. Variatie is de natuurlijke toestand. 

Plato zag de ziel als een wagenspan met twee paarden: het ene paard is de wil en bezieling, en het driftleven is een weerspannig paard. De reden, het hoofd, is de menner. Ergens zag hij het driftleven, het lijf, als minder. Iets om in bedwang te houden, letterlijk. Volgens mij had hij het mis. Dat negeren van je lijf, dat bedwingen van je lijf, dat ken ik maar al te goed; mijn menner is mijn anker, maar vaak ook mijn valkuil. Aristoteles daarentegen omschrijft de ziel als een verbinding, of meer: de omvatting van de tegenstelling van geest en lichaam. Het is niet voor niets dat filosofen graag uit wandelen gaan, je lijf is je anker en je gedachten kunnen de vrije loop gaan. Bezieling is de tussen-toestand, die tegenstellingen in zich verenigt. Als je van je evenwichtskoord dondert omdat je je raarheid negeert, raak je die bezieling kwijt. Dát is depressie. Het punt waar je in je hoofd gaat zitten, je lichaam niet meer opmerkt, en je ziel uit het oog verliest. Het ironische is, dat je hierdoor juist de connectie met anderen verliest. Aanpassen ten koste van jezelf leidt nergens toe. Tegenstellingen hoeven niet opgelost te worden, maar omvat. Rijdend in mijn auto, gedachten de vrije loop latend, besefte ik ineens hoe mooi mijn raarheid is. Dat ik juist iets toevoeg door mijn eigen wijze van zijn. Niet beter dan de ander, maar anders, en daarmee gelijk. Ik ben deel van die variatie en daarmee even uniek en alledaags als een sneeuwvlok. Of modder. Of een legobouwwerk. Of wat je ook voor metafoor gebruiken wilt.

Ik ben ik, en dat is goed. Mijn hoofd is soms mijn valkuil, maar vaak ook mijn stel vleugels.  Ik ben raar. Knotsgek, volkomen gestoord, totaal mesjogge. Net als iedereen, alleen als mezelf. Dat besef is een feestje waard.

The Mad Hatter: have I gone mad? Alice: I’m afraid so. You’re entirely bonkers. But I’ll Tell you a secret. All the best people are. – Lewis Carroll

Leesvoer:

Kairos – Joke F. Hermsen Alice in Wonderland – Lewis Carroll  De wereld van Sofie – Jostein Gaarder

Bonusfilmpje: raar is leuk

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s