slapend

Mijn oudste lag in een wiegje naast ons bed. Het wiegje was keurig kort opgemaakt, zoals ik in de brochure van de kraamzorg had gelezen. Van stof had ik een hoes tegen de spijlen gemaakt, en een gordijntje erboven. Mij leek dat de baby (op dat moment nog buikbaby) zich daar heerlijk geborgen zou voelen.

Ons jongetje werd geboren, aan de borst gelegd. En in zijn wiegje gelegd. Waar hij heerlijk geborgen zou slapen, dacht ik. Tot  mijn grote verbazing bleek  hij echter niet rustig en stil te blijven liggen. Ook niet in zijn slaap. De baby die zich in mijn buik zo geborgen had gevoeld, bewoog in zijn slaap het hele wiegje door, om altijd ergens tegen de spijlen aan te belanden. Papalief en ik hebben ons hoofd erover gebroken hoe we hem toch op zijn plek konden laten liggen. Ik vond het een eng idee, dat ons kleine beebje zich zo verplaatste in zijn slaap. Zonder dat ik een idee had waar in zijn bed ik hem terug zou vinden.

Pas drie jaar later ging mij een licht op. Inmiddels was onze dochter geboren, en zij sliep bij ons in bed. Zij lag stil. Nooit vond ik haar ergens anders dan waar ik haar neergelegd had: naast me, boven mijn opgetrokken knieën. Ze draaide zich naar me toe als ze wilde drinken, en weer terug op haar rug als ze klaar was. Als ze al wat opschoof, dan was het naar me toe. Ze zocht me op in haar slaap. Nu snapte ik wat mijn oudste deed als baby: hij zocht mij, maar vond de spijlen.

Mijn ervaringen staan niet op zichzelf. In Our Babies, Ourselves beschrijft Meredith Small precies dit proces: baby’s bewegen naar hun moeder’s borst toe. Opvallend is, dat baby’s die geen borstvoeding krijgen, gaan zwerven in bed. Net als mijn oudste in zijn wiegje. De natuurlijke slaapsituatie voor een mensenbaby is bij hun moeder, zodat er ook tijdens de slaap steeds contact is tussen een moeder en haar baby. En blijkbaar is borstvoeding een cruciaal onderdeel van deze nachtelijke interactie.

Als je slaapt, dan sta je ‘uit’, zo is vaak het idee. Maar al heb je er geen bewuste herinneringen van, tijdens je slaap ben je je wel degelijk bewust van je omgeving. Zo vallen de meeste volwassenen niet uit bed, terwijl ze zich wel tot zo’n dertig keer omdraaien. Ook baby’s staan niet uit. Zij reageren op hun omgeving. Door co-regulatie, wat wil zeggen dat hun lichaamsfuncties reageren op de aanwezigheid van een volwassene. De hartslag is stabieler, en de ademhaling past zich aan aan het tempo van vader, moeder, of tegen wie het kindje ook aanligt. Dr. McKenna (de moeder-baby slaapexpert) ontdekte al bij zijn eigen kinderen dat hij hen in slaap kon brengen door bij hen te liggen, en zelf een rustige buikademhaling te ademen. Maar er is meer. Borstvoedende moeders en hun baby blijken al slapend op elkaar te reageren. In het slaaplaboratorium van Dr. McKenna werden moeders en baby’s met elektroden op het hoofd gevolgd tijdens hun slaap. Op de videobeelden was te zien hoe moeders hun baby’s toedekken, aanraken, aaien; terwijl tegelijkertijd uit de EEG bleek dat moeder sliep.

Hebben we al slapend gemist hoe belangrijk dit nachtelijke contact tussen moeder en baby is? Wereldwijd is samen slapen vanzelfsprekend. Alleen in deze korte fase van de geschiedenis, in een klein deel van de wereld hebben we besloten dat baby’s beter af zijn in een aparte slaapplek. Nu is een apart slaapoppervlak wel veiliger voor baby’s die geen borstvoeding meer krijgen. Moeders die geen borstvoeding geven blijken onvoldoende alert op de aanwezigheid van hun baby. Maar het contact, de voeling tussen een slapende moeder en haar baby kunnen we niet zomaar terzijde schuiven, alsof het onbelangrijk zou zijn. Die verbondenheid tijdens de slaap is de natuurlijke situatie, en men heeft niet kunnen aantonen dat baby’s het even goed doen als ze de nacht alleen doorbrengen. Integendeel.  Het lijkt erop dat baby’s beter leren slapen door eerst samen te slapen.  Dat goede patronen inslijten in hun lijf en hersenen, zogezegd. Meer onderzoek is nodig. Maar ook op lange termijn blijken kinderen die bij hun ouders geslapen hebben het beter te doen. Zij hebben meer vrienden, minder psychosociale en psychiatrische problemen, en zijn in het algemeen meer tevreden met hun leven.

Zelf wil ik het samen slapen in elk geval niet meer missen. Ik weet hoe het is om je kindje op armlengte afstand te hebben, en hoe het is om je baby vlakbij je hart te laten slapen. Er zijn weinig woorden die weergeven hoe dat voelt, die verbondenheid, die voeling die je met je baby hebt ‘s nachts. Een volgend kind vindt geen spijlen in zijn slaap, maar mij. Daar worden we allebei gelukkig van.

, , , , , , , , , , , , , ,

Leave a Comment

Arminius, keuzevrijheid en borstvoeding (2)

In het eerste deel van dit blog schreef ik dat keuzevrijheid rondom borstvoeding samengaat met eerlijke voorlichting. Ook over de nadelen van het niet geven/krijgen van borstvoeding. Informatie is echter niet de enige factor die meetelt in een beslissing. De omstandigheden spelen een grote, vaak doorslaggevende rol in de keus van moeders over het voortzetten of stoppen van borstvoeding.    

Moeders krijgen te maken met obstakels. Die kunnen praktisch van aard zijn, waardoor er borstvoedingsproblemen ontstaan. Een ander probleem is gebrek aan steun. Tenslotte blijken de verwachtingen rondom het moederschap nogal eens te botsen met de praktijk. Voor moeders die stoppen kan het pijnlijk zijn als borstvoeding ‘een eerste levensbehoefte’ wordt genoemd. Zijn zij geholpen met een andere formulering?

praktische problemen

Borstvoeding is natuurlijk. Dit doet ons vaak vergeten dat het ook een geleerd proces is. Als kind al leert een meisje veel van moeders in haar omgeving. Zij ziet moeders hun kind de borst geven, hoe vaak en op welke signalen. Echter voor veel moeders in Nederland en België is hun eigen kind het eerste dat zij aan de borst zien. Hun eigen moeder, de buurvrouw, moeders in hun omgeving, zij gaven maar kort de borst. En dan vaak nog in de beslotenheid van het eigen huis. Moeders hebben hierdoor een tekort aan voorbeelden.

Zorgverleners hebben ook vaak maar weinig ervaring met borstvoeding, en dat is helaas te merken aan de informatie die moeders krijgen. Er zijn goede, bevlogen zorgverleners, maar bij velen is er gewoon een tekort aan kennis. Huisartsen bijvoorbeeld krijgen in hun opleiding maar drie uren les over borstvoeding. Alles bij elkaar krijgen moeders in onze cultuur buitenproportioneel vaak borstvoedingsproblemen, als kloven en ontstekingen, baby’s die te weinig lijken aan te komen, melk die op lijkt te drogen. Dit zijn grotendeels te voorkomen problemen, veroorzaakt door een cultuur waar borstvoeding niet meer de norm is.

Moeders die veel problemen ervaren in het geven van borstvoeding, en uiteindelijk stoppen, hebben deze keus gemaakt in het licht van de omstandigheden. Ze wilden wel borstvoeding geven, maar niet op deze manier, met pijn, problemen, stress. Voor deze moeders is het stoppen met borstvoeding vaak een verdrietige keuze. Ze maken een verlies door: het doet pijn om zo afscheid te nemen van borstvoeding. Ik kan me voorstellen dat benoemen dat kunstvoeding risicovoller is voor een baby zout in de wonde strooit. Maar voor deze moeders is het bagatelliseren van hun verlies niet de goede weg. Zeggen dat de fles ook best goed is, dat het eigenlijk niet zo erg is dat de borstvoeding mislukt is, helpt hen niet. Bij het doormaken van een rouwproces wordt wel gezegd dat je verschillende rouwtaken te vervullen hebt. Het leren omgaan met de praktijk van alledag, weer een toekomst zien. Maar ook: het doorvoelen van je emoties, en het erkennen van het verlies. Door weg te moffelen dat borstvoeding de biologische norm is maken we het moeders moeilijker om die laatste twee rouwtaken te vervullen. Liever zouden we troost bieden.

gebrek aan steun

Er wordt wel gesproken van de ‘borstvoedingsmaffia’. Echter, moeders die borstvoeding geven ervaren vaak het omgekeerde: keer op keer moeten zij hun keus voor borstvoeding verdedigen. Ben je moe? Stop met borstvoeding. Heeft je kind krampjes? Koop antikrampjeskunstvoeding. Komt je kind veel of juist weinig aan? Altijd is er wel een buurvrouw of facebookbekende die meent je te moeten vertellen dat ‘het nu maar eens afgelopen moet zijn met borstvoeding’. De omgeving heeft er vaak een handje van om moeders onzeker te maken. Voedrecht als je weer aan het werk bent is leuk, als je in de praktijk moet vechten voor je recht… dan kan het zomaar zijn dat het op is. Je moed om door te gaan met datgene dat als knap/bijzonder/moeilijk/lastig/raar/vies wordt beschouwd (maar niet gewoon). Veel moeders trekken zelf de kar. Het ‘recht om te kiezen’ verwordt tot: borstvoeding, je eigen keus; je eigen probleem.

Hoe komt dat toch? Ergens is de cultuur verworden tot flesvoedingscultuur. Ik wil nu verder niet ingaan op de oorzaken. Maar die cultuur wordt in stand gehouden, mede doordat onjuiste ideeën over het verschil tussen de borstvoedingsrelatie en het geven van de fles van generatie op generatie worden doorgegeven. Misschien deels ook door de moeders die hun verdriet over het verlies van borstvoeding hebben opgelost door het verschil te bagatelliseren. Een ander probleem is dat men steeds blijft praten over borstvoeding als ‘beste voeding’. Maar dat is het niet. Het is de norm, wat betreft voeding, immuniteitontwikkeling, moeder-kind relatie. Hoe eerder we stoppen met die realiteit verbloemen,  hoe meer kans toekomstige moeders krijgen om hun kind gewoon zelf te voeden.

verwachting en realiteit

Welk beeld had je van een baby voordat je moeder was, en klopte dat met hoe je eigen kind bleek te zijn? Grote kans dat je die vraag met ‘nee’ moet beantwoorden. Je vormt je een beeld van hoe baby’s zijn door je ervaring. Als je weinig te maken hebt gehad met ‘echte’ baby’s, dan is het lastig je een goede voorstelling te maken van het moederschap. En al helemaal van moederschap door borstvoeding. In culturen waar borstvoeding de norm is, zien aanstaande moeders jonge en oudere baby’s aan de borst. Getroost worden aan de borst, gevoed worden op elke kik. De borst is niet alleen voeding, het is ook het gemakkelijkste instrument om je kindje tevreden mee te houden.

Nu naar de westerse realiteit. In series of reclames zie je geen echte baby’s, maar een karikatuur. Baby’s die veel huilen, of juist tevreden de hele dag in hun bedje doorbrengen. Dit klopt niet met de biologie van een baby. We zijn draaglingen, baby’s hebben een grote behoefte aan lichaamscontact. Dát verwacht je niet, als je moeder wordt! Dat baby’s zich helemaal niet zo lang vermaken met een mobiel boven de box, en vaak een slokje willen. Bovendien zijn de eerste levensbehoeften van een baby nogal strijdig met ons mensbeeld, als westerling. We zijn gericht op autonomie, en vergeten maar al te gemakkelijk dat we een sociaal wezen zijn. Autonomie is een illusie, we hebben allemaal anderen nodig. En een kwetsbare mensenbaby nog meer dan oudere kinderen en volwassenen.

Wat heeft dit nu met borstvoeding te maken? Veel. Als jij alleen verantwoordelijk bent voor het voeden van je baby, dan kan dit wel een erg grote strijdigheid zijn met je autonomie-ideaal. Zeker als je het niet verwacht had. Als je verwacht dat baby’s een paar keer een grote voeding willen, en zich verder wel alleen vermaken (terwijl jij het huis poetst), dan is de realiteit een schok. Een speen kan voedingen uitstellen, een baby kan evengoed voldoende melk binnenkrijgen als je het maagje oprekt met een grote flesvol melk. Niet goed voor de baby,  maar voor veel moeders voelt dit gewoon. Het is de culturele norm, al strookt het niet met de biologische norm. Veel kleine beetjes voeden, veel lichaamscontact… normaal gedrag van een baby maakt veel moeders onzeker. Doordat het niet past bij het plaatje dat ze hadden. Stoppen met borstvoeding is zo een manier om verwachting en realiteit met elkaar in overeenstemming te laten zijn.

keuzevrijheid

Terug naar Arminius, en keuzevrijheid. In het licht van de filosofie van Arminius kan je moeders vertrouwen in hun keuzes. ’De vrije mens vermag het goede te doen’. Maar is er wel sprake van keuzevrijheid, als je borstvoeding wil geven, maar stopt door omstandigheden? Nee. We zeggen: borstvoeding is het beste, en laten vervolgens de moeders die borstvoeding willen geven in de steek. Tachtig procent van moeders start met borstvoeding, het merendeel stopt voortijdig. Het is tijd dat we moeders daadwerkelijk gaan steunen in hun keus. Niet door verbloemend taalgebruik, maar door eerlijke informatie en steun. Als moeders ervoor kiezen om geen borstvoeding (meer) te geven, maken zij die keus in hun omstandigheden. Uit de borstvoedingscijfers kan ik maar één conclusie trekken: de omstandigheden moeten beter.

Borstvoeding is een eerste levensbehoefte voor een baby. Borstvoeding is de keus van de moeder, maar de verantwoordelijkheid van ons allen. Pas dan is een moeder werkelijk vrij om te kiezen.

, , , , ,

1 Comment

Arminius, keuzevrijheid en borstvoeding (1)

Borstvoeding. Het is een eerste levensbehoefte van een baby. De mens behoort tot de orde der zoogdieren, genoemd naar het proces van voeden. Aan de borst vindt een baby voeding, koestering en bescherming tegen infecties; dit alles is cruciaal voor de overlevingskansen van een baby. 

Vanuit de biologie bezien is dit een logische stelling. Toch blijkt een dergelijk standpunt weerstand op te roepen. Een veel genoemd argument is: moeders die geen borstvoeding geven, wordt een schuldgevoel aangepraat. Klopt dat? Zou het beter zijn dergelijke dingen niet te zeggen/schrijven? Klopt die hele stelling eigenlijk wel? En wat heeft dit alles met Arminius te maken?

Ik zal met Arminius beginnen. Arminius was een tijdgenoot van Calvijn. Met Calvijn zijn we allen min of meer vertrouwd. Hard werken, zuinigheid, en vooral geen overdaad of genotzucht nastreven. Maar het wereldbeeld van Calvijn behelst meer. De mens wordt zondig geboren en is niet in staat tot het maken van keuzes, aldus Calvijn. Een mens wordt bezien vanuit wantrouwen, deugd moet van bovenaf afgedwongen worden. Vanuit zo’n verstikkend wereldbeeld wordt je inderdaad niet blij van de openingsstelling. Je zou die kunnen interpreteren als een verketteren van het niet geven van borstvoeding.

Echter, dezelfde stelling bekeken door de bril van Arminius geeft een heel ander beeld. Arminius stelt: de mens is geneigd tot het goede.  Hij gelooft in de ‘vrije wille des menschen’, oftewel: mensen kunnen prima hun eigen leven vormgeven. Deze visie klopt ook met wat ik om me heen zie: moeders hebben het goed met hun baby voor, en zullen voor hun baby zorgen. Moeders hebben in die optiek ook het recht op informatie. Immers, het wegmoffelen van informatie en het verbloemen van feitelijkheden betekent dat je moeders niet vertrouwt zelf met de informatie overweg te kunnen.

Terug naar de stelling. Borstvoeding is de biologische norm, voor zoogdierenjongen is de melk van hun moeder onmisbaar. Het  biedt ook een mensenbaby wat hij nodig heeft om te overleven. Je kan het niet klakkeloos omdraaien, immers: een baby kan ook overleven als voeding wordt geleverd door een fles, koestering te vinden is in armen en zuigen aan een speen, en infecties kunnen worden bestreden met antibiotica. Oftewel: in het moderne leven hebben we de beschikking over vervangers voor borstvoeding. Die alternatieven zijn niet even goed.

En het is die laatste zin die pijn doet. Het alternatief voor borstvoeding is niet even goed voor het welzijn van de baby. En tóch is een dergelijke zin geen aanval op moeders die stoppen met borstvoeding. Ook een keus met nadelen is een legitieme keus. Bovendien nemen moeders hun besluiten binnen hun situatie. Zij mogen het vertrouwen krijgen dat ze hun eigen situatie het best kunnen inschatten.

Ik wil hier pleiten voor de visie van Arminius. Moeders zijn in staat zelf beslissingen te nemen, hier past verbloemende woordkeus niet bij. Echter, dit is niet het hele verhaal. Want mensen leven niet geïsoleerd, ze zijn deel van een groep. En keuzevrijheid is mooi, maar keuzes maak je binnen de bestaande omstandigheden en mogelijkheden. Keuzes die moeders maken rondom (stoppen met) borstvoeding gaan al te vaak gepaard met verdriet. Dat maakt, dat je als moeder niet altijd even blij wordt van informatie over het belang van borstvoeding. Een volgend blog meer over moederschap en borstvoedingskeuzes binnen je leefomgeving.

, , , , ,

1 Comment

ballen in de lucht

Druk, druk druk. Ik heb eigenlijk even niet zoveel tijd om te bloggen, maar juist iets over de neiging druk-druk-druk te zijn moet me even van het hart. In Engeland blijken de kinderen ongelukkig. Zoveel spullen, zo weinig geluk. Tijd, dát zouden ze willen. Tijd samen met hun ouders. Nu wil ons kabinet juist dat wij als ouders nog drukker worden. Veel werken en daarnaast nog mantelzorgen en vrijwilligerswerk oppakken; oftewel alle taken waar de overheid minder geld voor over heeft.

Druk, druk druk. Een moderne moeder heeft heel wat ballen in de lucht te houden. Zij heeft een nieuwe bewoner in huis, en wel één die voor alle Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen totaal afhankelijk is van anderen. En anderen, dat is heel vaak moeder zelf. Soms lopen er nog oudere kinderen rond, die meer zelf kunnen, maar ook heel veel niet. Het huishouden groeit alleen maar in werk, met meer mensen in huis. Soms zorgt een moeder nog voor familieleden die hulp nodig hebben, of doet ze vrijwilligerswerk. En veel moeders hebben een grote of kleinere baan buitenshuis. Daarnaast dient ze snel weer haar aantrekkelijke zelf te zijn, haar partner te plezieren en oh ja, en dan moet ze nog borstvoeding geven. Het is niet verwonderlijk, dat met zoveel ballen in de lucht moeders er soms eentje moeten laten vallen. Zodat ze de rest in de lucht kan houden. Onderzoek komt met de niet verwonderlijke conclusie, dat moeders die snel na de bevalling aan het werk gaan, vaak korter borstvoeding geven. Balletje erbij, balletje eraf.

Druk, druk druk. Het wordt ook gewaardeerd, als je het druk hebt. Maar daarin is men wel selectief. Druk met werk? Prima, wauw, een topvrouw. Druk met een baby? Dan is het de hoogste tijd om ‘aan jezelf toe te komen’. Borstvoeding is mooi, borstvoeding is ideaal, maar wel extra in deze optiek. In plaats van gewoon (wat het biologisch gezien natuurlijk wel is). Als je moe bent, als werkende moeder met een huishouden en een jonge baby, dan wordt geadviseerd maar eens te stoppen met borstvoeding. Niet: goh meid, wat kan je nu laten vallen aan werk; zodat je tijd hebt voor je baby? Het is een kwestie van prioriteiten. Werk heeft status, zorg niet. Dingen lijken belangrijker te zijn geworden dan mensen. Maar als het onderzoek in Engeland iets aantoont, is dat dit een ongelukkig uitgangspunt is.

Mensen gaan voor dingen. Als we daar naar zouden leven, zouden we dan niet veel gelukkiger zijn?

wat moet ik in godsnaam met een carrière?

column volkskrant

het probleem met borstvoeding

, , , , , , ,

Leave a Comment

zonnetje

 Het zonnetje scheen vorig weekend. Met een zomer als deze moet je daarvan profiteren, dus met een kop thee en een handwerkklusje zat ik vitamine D op te doen. Door het openstaande raam klonk het zingen van mijn dochter, spelend op haar kamertje. Of nee, in ‘haar huisje’, zoals ze haar kamer zelf noemt. Eindeloos kan ze daar spelen, haar zelfverzonnen families maken heel wat mee.

schoot

Als baby speelde dochterlief juist helemaal niet veel. Ze ging graag mee in de gang der dingen: boodschappen doen, was draaien. En op schoot zitten. Veel op schoot zitten. Nog leuker: op schoot zitten en onderwijl met het bezoek brabbelen (ja ook het bezoek brabbelde). Want gezelligheid daar hield (houdt!) ze wel van. En als ik er niet was, dan zat ze bij een ander op schoot. Opalief heeft heel wat bankhangen gedaan op zijn oppasdaagjes. Puzzelboekje erbij, kleindochter slapend op zijn buik. Als ik thuiskwam uit mijn werk was het weer tijd voor mamaplakken. Bijtanken aan de borst, en tegen me aanschurken op schoot. En met haar tegen me aan kwam ik tot rust.

Mijn oudste zette ik regelmatig in de box, of een wipper. In de (valse) hoop iets voor mezelf te kunnen doen bleef ik hem steeds speeltjes aanbieden en proberen hoe lang hij alleen wilde spelen. Ook omdat ik dacht dat het zo hoorde. Baby’s, die moeten zich toch kunnen vermaken;  in de box, met een babygym en rammelend gekleurd plastic? Zodat mama haar handen vrij heeft. En zodat het kind zelfstandig wordt.

samen

Inmiddels denk ik er anders over. Kinderen worden niet zelfstandig door ze dingen te laten doen waar ze niet aan toe zijn. En wat blijkt: een baby is niet gemaakt om alleen te zijn. Baby’s vermaken zich voornamelijk met andere mensen. In veel culturen wordt een baby nooit weggelegd ‘om zelf te spelen’. Baby’s worden gedragen, en spelen bestaat uit wat zich aandient. Zoals neefjes of grotere zussen die zich goed vermaken met babybrabbelen, gezichten trekken en kiekeboe spelen. Of meekijken met wat mama allemaal doet. En heeft een beebje er genoeg van, dan duikt hij lekker weg in mama’s zachte warmte.

mag, hoeft niet

Natuurlijk zijn er baby’s die zich prima vermaken in de box. Baby’s zijn net mensen, ze zijn onderling heel verschillend. Maar de overeenkomsten zijn groter dan de verschillen. Baby’s hebben dezelfde menselijke blauwdruk. Ze zijn sociaal ingesteld; lichaamscontact en aandacht is onmisbaar. Een box is van het principe: mag, hoeft niet. Als een baby het niet fijn vindt, hoef je je niet in allerlei bochten te wringen om ‘zelf spelen’ in de box of op een kleed te gaan ‘oefenen’. Het werkt of het werkt (nog) niet. In het laatste geval kan je beter iets zoeken waar je kindje wel blij van wordt, een draagdoek bijvoorbeeld (heb je toch je handen vrij ;-) ). Je kleine zal snel genoeg rondkruipen of voortstappen, je cd’s uit de rekken trekken en eindeloos hetzelfde knopje van hetzelfde speeltje indrukken om hetzelfde wijsje nog eens te horen.

Kinderen vergroten zelf hun actieradius, op hun eigen tempo. Meegaan in een baby’s nood aan lichaamscontact is geen verwennen of klein houden. Het is juist een respecteren van de autonomie van een kind. Trainen ontneemt het kind de kans om zélf te bepalen op welk punt in de ontwikkeling hij is aanbeland, om zélf aan te geven wat hij nodig heeft.

mijn zonnetje

En daar zit ik nu, te genieten van het zonnetje buiten en mijn zonnetje binnen. Te bedenken hoeveel geluk ik heb. Het geluk dat ik volop van haar kan genieten, van de baby die ze was en het kind dat ze is. Met het vertrouwen dat zij kan aangeven wat ze nodig heeft, of dat nu mijn schoot is of een ‘huisje’ om te spelen.

leestips:

Sue Gerhardt: Why Love Matters / Waarom Liefde zo Belangrijk Is

Sarah Blaffer Hrdy: Mothers and Others / Een kind heeft vele Moeders

Jean Liedloff: The Continuüm Concept

, , , , , , , , , ,

Leave a Comment

Dicht bij het hart: de thymus

 De natuur heeft dingen prachtig geregeld. Hoe meer ik van borstvoeding weet, hoe meer ik me verwonder over hoe het werkt. Een mooi voorbeeld hiervan is de ontwikkeling van het immuunsysteem van een baby en het jonge kind.

Bij geboorte is het immuunsysteem nog niet ‘af’. Dat lijkt misschien onlogisch, of een foutje van moeder natuur, maar dat is het niet. In de baarmoeder leeft de baby in een steriele omgeving. Juist doordat het immuunsysteem zich na de geboorte verder ontwikkelt, kan de verdediging tegen ziektekiemen zich op de omgeving afstemmen. Die omgeving is ook wat ziektekiemen betreft veranderlijk. De baby is tijdens dit proces van rijping van het immuunsysteem toch beschermd, voornamelijk door allerlei stoffen die zich in de moedermelk bevinden. Daarover later meer. Wat minder bekend is, is dat borstvoeding ook stoffen bevat die het immuunsysteem van de baby helpen groeien en voltooien. In dit blog vertel ik over de thymus, een orgaan dat bovenop het hart ligt.

De thymus

Het menselijk lichaam heeft een complex afweersysteem. T-lymfocyten (T-cellen) zijn een belangrijk onderdeel hiervan. Ze vallen ziekteverwekkers aan die het lichaam zijn binnengedrongen. Ook zorgen ze dat B-lymfocyten de juiste antistoffen maken. Al deze verdediging door T-lymfocyten is niet willekeurig, de afweerreactie is op maat gemaakt voor een specifiek soort ziekteverwekker. T-lymfocyten ‘herkennen’ dus de verschillende ziekteverwekkers, en kunnen deze doelgericht aanvallen. Deze T-lymfocyten komen voort uit het beenmerg, maar dan zijn ze nog niet af. Hier komt de thymus in beeld. Het is het orgaan waar de T-lymfocyten tot rijping komen. Vooral voor het immuungeheugen is dit orgaan belangrijk: de T-lymfocyten ‘leren’ wat hun taak is. Welke verdachte stoffen (meest eiwitstructuren) zijn daadwerkelijk ziekteverwekkers, en welke zijn onschuldig? Dit proces kan alleen plaatsvinden als een baby in aanraking komt met ziektekiemen, zodat het immuunsysteem deze kan leren kennen. Buiten de baarmoeder dus. Een grote thymus, betekent veel T-lymfocyten en daarmee een krachtiger afweersysteem. In de pubertijd is het proces min of meer voltooid. Dan heeft het immuunsysteem een flinke ‘database’ aangelegd van ziekteverwekkers.

De thymus is dus een belangrijk orgaan in de verdediging tegen ziektekiemen. In ontwikkelingslanden hangt de thymusgrootte één op één samen met de overlevingskansen van een baby. Een half zo grote thymus betekent twee keer zoveel risico om te overlijden voor de eerste verjaardag. Zo belangrijk is het blijkbaar om veel T-lymfocyten te hebben, die ook nog eens goed op hun taak berekend zijn. Maar hoe ontstaan de verschillen in thymusgrootte? Een goede tijd in de baarmoeder is gunstig, voldoende voeding is een voorwaarde voor een normale grootte van de thymus. Maar ook na de geboorte groeit de thymus nog verder. Een beetje van zichzelf, ook nu is goede voeding belangrijk. Maar een groot deel van de groei gebeurt onder invloed van Interleukin 7, een boodschapperstof van het immuunsysteem. Een baby krijgt deze Interleukin 7 (IL-7) via moedermelk. Baby’s die geen borstvoeding krijgen, lopen deze IL-7 mis, zij blijken dan ook een kleinere thymus te hebben. Het verschil is groot: geen borstvoeding betekent dat een baby slechts een half zo grote thymus heeft.

Borstvoeding is het natuurlijke vervolg op zwangerschap, zegt men wel eens. Als je kijkt naar het immuunsysteem, is dat zeker waar. Een moeder geeft haar baby in haar buik bescherming, en alles wat hij nodig heeft om te groeien. Na de geboorte gaat dit proces verder. Borstvoeding biedt een baby bescherming en voeding buiten de baarmoeder. Maar het is meer: borstvoeding is onderdeel van de voltooiing van de baby’s immuunsysteem. Waaronder de groei van dit bijzondere orgaan, dicht bij het hart: de thymus.

Immunobiology of Human Milk: How Breastfeeding Protects Babies – Lars A. Hanson, M.D., Ph.D.

, , , , , ,

1 Comment

braintraining

Over de hersencapaciteiten van moeders wordt vaak niet erg hoog opgegeven. Als moeder zou je vergeetachtig worden, belangrijke afspraken vergeten, en werken gaat eigenlijk maar half voordat je goed en wel ontzwangerd bent. De status van het moederschap is mede hierom niet erg hoog: net als in de twintiger jaren worden moeders gezien als lichtelijk wilsonbekwaam. Als je hoger ingeschat wil worden, moet je vooral ándere dingen doen dan moederen. Een stevige baan hebben bijvoorbeeld. Maar is dat wel terecht? Stimuleert zakendoen je brein meer dan moederschap?

De volkswijsheid dat moederhersenen tot pap verworden blijkt een fabeltje. Na de bevalling blijken de hersenen van de moeder zelfs te groeien. Een aantal specifieke delen van de hersenen ontwikkelen meer grijze massa. De  gebieden die groeien zijn: het hersengebied dat verantwoordelijk is voor ouderzorg (en de wens tot zorgen), de hersendelen waar beloning en het verwerken van emoties plaatsvinden, en de gebieden die betrokken zijn bij redeneren en het beoordelen van een situatie. Moederschap doet je beoordelingsvermogen dus niet áfnemen, je wordt juist wilsbekwamer! Opvallend: Moeders die hun kindje enthousiast beschrijven als mooi, lief en speciaal blijken de meeste hersengroei te hebben.

De onderzoekers vermoeden dat de hersengroei ontstaat onder invloed van de hormonale veranderingen: toegenomen oestrogeen, oxytocine en prolactine. De laatste twee zijn belangrijk in borstvoeding en ouderzorg. Cruciaal echter achten de onderzoekers de invloed van de relatie die een moeder en kind samen opbouwen: “de intense (tast)zintuiglijke stimulatie van een baby zou de trigger kunnen zijn waardoor het ouderlijke brein groeit in de cruciale gebieden, wat moeders, in dit geval, in staat stelt een nieuw en vergroot repertoire op te bouwen van  complexe interacties met kinderen”. Kortweg: Moederhersenen groeien zodat moeders beter toegesneden raken op het zorgen voor hun baby. En je baby aanraken en interactie met je baby in het algemeen stimuleert deze hersengroei. Je brein train je door moederdingen te doen, niet door ze te ontwijken.

Moederschap is toe aan een opwaardering. Moederschap is niet het opofferen van je mentale vaardigheden ten gunste van je kind, moederen komt jullie beiden ten goede! Dus, moeders: als je je kindje vasthoudt, met hem speelt en knuffelt, als je geniet van je baby; bedenk: je doet aan braintraining!

, , , , ,

Leave a Comment

borstvoedingsrelatie (2)

Het aan de borst gevoed worden en de moedermelk zelf zorgt dat een baby krijgt wat hij nodig heeft: voedingsstoffen, precies aangepast op een mensenbaby; immuunstoffen; aandacht en lichaamscontact. Maar het geven van borstvoeding doet ook iets met een moeder. Hormonaal, gedragsmatig, en het geven van borstvoeding heeft ook effect op de hersenen van een moeder.

 @Izaak P. Slagt: The Bond

Borstvoeding is een relatie. Borstvoeding maakt onderdeel uit van de band die moeder en kind met elkaar opbouwen. Andersom is het leren kennen van je baby een belangrijk onderdeel van het welslagen van de borstvoeding.  In mijn blog over lieve borstvoedingsmama’s heb ik één borstvoedingsfactor die invloed heeft op de mentale ontwikkeling van een kind nog niet genoemd: borstvoeding geven heeft effect op de moeder. 

hormonen

Prolactine en Oxytocine. Het zijn de hormonen die de borstvoeding reguleren. Maar het zijn ook hormonen die een rol spelen bij zorgend gedrag. Dat is niet vreemd. Evolutionair gezien gaan het zogen en het zorgen voor het kroost hand in hand. Het lichaam van de moeder is op beiden aangepast. Dat beide hormonen ook bij vogels worden aangetroffen, suggereert dat deze hormonen evolutionair gezien oud zijn. De hormonen dateren van vóór het ontstaan van de zoogdieren. Ouderzorg was dus ook de eerste functie van beide hormonen. Later gingen bepaalde diersoorten hun eieren beschermen met immuunstofrijke ‘melk’ uit aangepaste zweetklieren. Nog later ontstonden de zoogdieren: levend geboren jongen werden gevoed met melk uit de tepel. Het moment direct na geboorte, wanneer borstvoeding op gang moet komen, is hetzelfde moment dat de ouderzorg begint. Efficiënt als moeder natuur is, borduurt zij verder op het reeds aanwezige hormonale systeem. Dat nu niet meer alleen ouderzorg, maar ook moedermelkaanmaak regelt.

moederlijk gedrag

Ons gedrag wordt niet alleen door hormonen aangestuurd. Het is een constante interactie van persoonlijkheid met omgeving.  Een kalme, empathische moeder zal anders op een onrustig kind reageren dan een moeder die zelf ook onrustig is. Of dat nu karakter is, of een tijdelijke onrust door stress van het moment. De regelmatige oxytocine-pieken in het bloed van borstvoedende moeders maakt haar ontspannen, op deze manier helpt borstvoeding een moeder rustig reageren in haar nieuwe moederrol. Op hormonale wijze. Maar ook op andere manieren beïnvloedt borstvoeding het moederlijk gedrag. Borstvoeding vraagt interactie. Borstvoeding op verzoek, je hoort het veel; maar wat betekent het nu eigenlijk? Een baby communiceert al vanaf de geboorte. Het belangrijkste onderwerp van ‘gesprek’ is voeding en nabijheid. Die zijn nodig voor zijn welbevinden immers. Al is een schone luier en een badjeop zijn tijd ook niet mis. Voeden op verzoek wil zeggen: het kind vraagt, en de moeder antwoordt. Door het geven van borstvoeding, leert een moeder de taal van haar baby spreken. Zo helpt het geven van borstvoeding een responsieve moeder te worden.

hersenen

Nu blijkt er ook een effect meetbaar in de hersenen. De neiging tot zorgend gedrag is verhoogd bij moeders, wat logisch is natuurlijk. Moeders die borstvoeding geven, blijken een grotere activiteit te hebben in verschillende hersendelen die te maken hebben met ouderlijk zorggedrag. Ook als je moeders observeert die met hun baby spelen kan je verschil zien: moeders die geen borstvoeding geven, blijken minder gevoelig naar hun kinderen toe, en minder liefdevol (au!). Teruglachen en een gestresst kind gerust kunnen stellen zijn voorbeelden van responsief oudergedrag: je gaat het contact aan. Je baby vraagt jouw reactie, heeft jou nodig; jij antwoordt.

antwoord

Beantwoord worden, dat is wat baby’s nodig hebben om goed groot te worden. Borstvoeding helpt je als moeder om de behoeften van je baby goed te beantwoorden, voeden en ouderzorg is vervlochten met elkaar. Elke moeder houdt van haar kind, maar zoals alle op liefde gebaseerde relaties vergt ouderschap dialoog. Borstvoeding is onderdeel van de gewone manier waarop de moeder-kind dialoog tot stand komt, het niet-geven van borstvoeding maakt dit moeilijker.  Maar zoals met alles: oefening  baart kunst. Je wordt beter in zorgen door te zorgen. Je wordt beter in luisteren  door te luisteren, en beter in antwoordenen door te antwoorden. Dus luister naar je kind, en antwoord.

Chriss

, , , , , ,

1 Comment

borstvoedingsrelatie

Zoete kinderen door borstvoeding, kopte de Telegraaf. Veel moeders die borstvoeding hebben gegeven zullen niet verbaasd zijn over deze conclusie. Borstvoeding is niet alleen voeding en bescherming tegen ziekte. Het is ook een bron van geborgenheid. Borstvoeding geeft troost bij verdriet, veiligheid bij angst, ontspanning na een drukke dag. Borstvoeding is interactie, het is een relatie, het is deel van de moeder-kindband. Izaak P. Slagt heeft hier een prachtige fotoserie over gemaakt, getiteld ‘The Bond’.

Nu is gebleken dat kinderen die geen borstvoeding hebben gekregen vaker gedragsproblemen vertonen. De onderzoekers hebben dit gemeten, zij hebben niet onderzocht welke eigenschap van borstvoeding het verschil maakt. Heeft het te maken met de (gemiddeld) verminderde hoeveelheid lichaamscontact die kunstgevoede baby’s krijgen? Of heeft het ermee te maken dat kunstgevoede baby’s vaker ziek zijn, en zich dus (periodes) niet goed in hun lijfje en in de wereld voelen? Heeft het te maken met de voedingsstoffen in borstvoeding die nodig zijn voor optimale hersenontwikkeling? Het fijne van borstvoeding is natuurlijk, dat je geen onderscheid hoeft te maken tussen deze drie. Heeft je kind voeding nodig, troost en geborgenheid, of extra antistoffen omdat hij wat onder de leden heeft? Je hoeft het niet te weten om tegemoet te komen aan de behoefte aan een extra slokje borstvoeding.

De vraag is dus eigenlijk eerder: wat te doen als je geen borstvoeding meer geeft. Voeding is dan veel makkelijker te scheiden van de andere behoeftes van een baby. Alhoewel dit misschien juist voor een deel van de stoppers een reden is om over te gaan op kunstvoeding, is dit een enorm nadeel vergeleken met borstvoeding. Je moet veel meer gaan opletten of de behoefte aanlichaamscontact vervuld wordt, troosten wordt lastiger. Voor het binnenkrijgen van voldoende voeding hoef je zelfs niet eens goed te leren communiceren met je baby. Zoals gezegd, het klinkt sommigen misschien makkelijk in de oren, maar wat er vooral makkelijk aan is, is het vergeten van een belangrijk deel van de behoeftes van een baby. Een fles of een speen kan je geven terwijl je zelf wegloopt. Klinkt zo handig, maar wat doet dit met een baby? Van nature zou hij tijdens drinken of zuigen tegen zijn moeder aanliggen. Dat loopt een baby mis als je voeding van menselijke nabijheid loskoppelt. Een mens is een communicatief wezen. Een belangrijk probleem bij gedragsproblemen, is dat de interactie en communicatie moeizaam verloopt. Als ouders de neiging hebben het lichaamscontact en de interactie te minimaliseren, kan het stoppen met borstvoeding de relatie tussen moeder en kind afstandelijker maken.  Het is niet onaannemelijk dat juist dit het vergrote risico op gedragsproblemen bij kunstgevoede kindjes verklaart. Sterker nog, juist het onderzoek dat aangaf geen verschil te vinden in hechting tussen borstgevoede en kunstgevoede kinderen, weet dit aan de manier waarop borstvoeding in onze cultuur gegeven wordt. Of concreter: moeders in het onderzoek gaven borstvoeding op ‘flesvoedingswijze’. Op schema, met weinig aandacht voor de relationele kant van borstvoeding.

Alhoewel de reden voor het verhoogde risico op gedragsproblemen bij niet-borstgevoede kinderen niet ontdekt is, is er wel degelijk een conclusie te trekken. Borstvoeding is de gewone manier van baby-voeden. Als je de voeding verandert, probeer de rest dan zoveel mogelijk ‘gewoon’ te houden: geef de kunstvoeding op borstvoedingswijze. Geef het op verzoek, leer de signalen van je kind kennen.  Neem de tijd voor het voeden, neem de tijd voor troosten en helpen onstpannen. Verban het woord ‘verwennen’ uit je woordenboek. Koester je kind. Draag je kind. Ga die relatie aan, met hart en ziel. Goed voor je kind, goed voor jouw moedergeluk.

Chriss

, , , , , , , , , ,

1 Comment

kijken en vergelijken

In supermarkten pik je ze er zo uit. Verse papa’s. Ze glimmen, de trots straalt er vanaf. Dat de nieuwe aanwinst een baby is en geen auto, zie je snel genoeg aan hun blikken in passerende kinderwagens. Vrouwen die in kinderwagens kijken, willen een kind. Of hebben al een kind. Of zijn gewoon vertederd. Mannen die in kinderwagens kijken zijn papa, en meestal nog maar net. Zij zijn aan het kijken en vergelijken. En natuurlijk is het eigen kind het mooist!

Objectief kijken en vergelijken is ingewikkeld. Dat je eigen kind het mooist is, is jouw absolute waarheid. Maar of je kind goed groeit, voldoende eet, normaal slaapt… dat ligt moeilijker. Als verse ouder ben je vatbaar voor twijfel. Doe ik het wel goed? Ontwikkelt mijn kind zich zoals zou moeten? We zijn geneigd om te vergelijken, met het kindje van de buurvrouw, met het neefje, het kindje dat op schoot naast je bij het consultatiebureau zit. En als je kind dan even ver/zwaar/groot is als het andere kind, liefst nog iets verder/beter/groter, dan zijn we gerustgesteld. Ook consultatiebureaumedewerkers vergelijken. Maar zij vergelijken een kindje met een grote groep kinderen, vastgelegd in ontwikkelingstabellen en groeicurven.  Niet helemaal de goede, maar dat terzijde. Bij groepen is er altijd een gemiddelde. En er zijn kinderen aan beide uitersten, de snelsten/langzaamsten. De lichtste/zwaarste. Allemaal gezond. Het gaat pas niet goed als een licht kind inene tot de zwaarsten gaat behoren, of andersom. Als de ontwikkeling erg ver afwijkt van de groep als geheel, of erg ver afwijkt van ‘de eigen lijn’.

Dit klinkt vast erg abstract. Daarom een voorbeeld.

Er zijn twee jongens geboren. Arno woog bij geboorte 2700 gram. Met een groei van ongeveer 200 gram per week volgt hij prachtig zijn eigen lijntje op de groeicurve, en als hij drie maanden oud is weegt hij 5400 gram. Buurbaby Bas is ook drie maanden oud, en hij weegt al 6700 gram!  De mama van Arno raakt aan het twijfelen… is haar borstvoeding wel genoeg? Moet ze iets gaan bijgeven, of zou ze gewoon teveel stress hebben? Ze moet eertijds weer aan het werk immers…

Kijk je alleen naar Arno zelf, dan zie je een kind dat blij naar zijn moeder opkijkt, lacht naar zijn vader. Een lekker zacht huidje, de poepluiers komen nu eens per week maar dan héb je ook wat. Niets aan de hand. Kijk je naar de gemiddelden van een grote groep kinderen van deze leeftijd, geboren op dit gewicht: 200 gram per week erbij is prachtig. Arno groeit precies volgens verwachting.

Bas is een grote jongen. Eigenlijk was hij dat al bij geboorte, hij woog wel 4200 gram. Ook hij groeit 200 gram per week. Klinkt goed. Alleen, als je naar de groeicurves kijkt, dan zie je dat baby’s die zo groot geboren worden, ook méér in gewicht moeten aankomen dan kleintjes (zie afbeelding onderaan). Geen 200 gram, maar eerder 300 gram. Het eerste jaar wordt het verschil tussen kinderen groter, niet kleiner. In dit voorbeeld is Bas degene die te weinig is aangekomen, hij zou idealiter een kilo zwaarder moeten zijn. Dan had de moeder van Arno misschien nog meer getwijfeld, even onterecht. Arno en Bas zijn niet te vergelijken met elkaar. Juist als zij flink in groei van elkaar verschillen gaat het met beiden goed, omdat zij hun eigen groeipatroon volgen.  

Als je wil weten of het goed gaat met je baby, vergelijk dan niet met een buurjongen. Het zegt niets. Laatje niet van de wijs brengen door de verschillen tussen kinderen.  Zoals pasgeboren papa’s weten: je eigen kind is het het allermooist, juist doordat hij uniek is.

Chriss

 

  • De groei van Arno in het groen. Zijn lijntje blijft netjes iet boven de 3%-lijn.
  •  De groei van Bas in het rood. Zijn lijntje zakt van net onder de 97%-lijn tot iets boven de 50%-lijn.
  • De groei die bij een baby met het geboortegewicht van Bas te verwachten was geweest.

De kinderen, namen en groei-ontwikkelingen zijn fictief. Enige overeenkomst met een echte situatie berust op toeval.

[excuus voor de klungelige afbeelding; noodoplossing ivm technisch probleem]

, , , , , , ,

Leave a Comment

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.